Vermagering bij de oudere kat

Katten worden tegenwoordig veel ouder dan zo'n 20 jaar geleden. Ook de kattengeneeskunde groeit hierin mee met veel meer aandacht voor de problemen van de oudere kat.

In de spreekkamer zien wij regelmatig oudere katten die aan het vermageren zijn. Soms is dat de reden dat de eigenaar een afspraak heeft gemaakt, maar vaak is het ook een toevalsbevinding. Wij merken dat veel eigenaren denken dat dit 'normaal' is voor een oudere kat, en dat er dus ook niets aan te doen is.
Dat is echter in de meeste gevallen niet juist!!

Om goed te kunnen beoordelen of uw kat vermagert, is het natuurlijk van belang om zijn/haar gewicht te monitoren. Dit kunt u thuis doen, en wij wegen de kat op een spreekuurafspraak ook altijd zodat we het gewichtsverloop goed kunnen bijhouden.

Bij een oudere kat zijn er een aantal veel voorkomende aandoeningen die (meestal ondanks een goede eetlust) tot vermagering kunnen leiden. De belangrijkste hiervan zijn:

  • Een overactieve schildklier (de kat vermagert vaak ondanks een erg goede eetlust, drinkt/plast meer, is vaak wat hyperactief en vertoont soms braken/diarree)
  • Suikerziekte (hierbij valt naast de vermagering vooral het vele drinken en plassen op)
  • Chronisch nierfalen (hierbij zien we meestal een slechtere eetlust, maar in het begin is de eetlust vaak nog erg variabel; tevens vaak meer drinken/plassen en ook vaak braken)
  • Chronische darmontsteking (naast vermagering vaak veranderde eetlust, meestal toegenomen maar soms juist verminderd; daarnaast mogelijk braken en/of diarree)
  • Gebitsproblemen (bij een pijnlijk gebit eet de kat vaak nog wel gewoon)
  • Problemen met hartfunctie en/of bloeddruk

Verder lijden oudere katten ook vaak aan artrose, waarbij chronische pijn leidt tot vermagering.

Het is belangrijk om te onthouden dat oudere katten vaak meer dan één klinisch probleem hebben; een succesvolle behandeling hangt af van het identificeren en behandelen van alle aanwezige problemen.

Om een beeld te krijgen van wat er mogelijk speelt, kunnen we door het stellen van gerichte vragen vaak al een heel eind komen:

Is de kat meer gaan drinken?

  • Dit zien we bv. vaak bij een overactieve schildklier, suikerziekte, chronisch nierfalen

Is de eetlust normaal?

  • Verminderde eetlust zien we bv. bij chronisch nierfalen, misselijkheid, gebitsproblemen, chronische darmproblemen
  • Toegenomen eetlust zien we bv. bij een overactieve schildklier, suikerziekte, chronische darmproblemen

Heeft de kat pijn bij / moeite met eten?

  • Problemen in de mondholte / van het gebit leiden vaak tot verminderde eetlust

Heeft u gedragsveranderingen opgemerkt?

  • Hyperactiviteit en rusteloosheid bij een overactieve schildklier
  • Tekenen van dementie
  • Veranderd gedrag: een te hoge bloeddruk kan leiden tot hersenaandoeningen
  • Verminderde activiteit en mobiliteit als gevolg van chronische pijn (door artrose, maar bv. ook bij gebitsproblemen): de kat is vaak minder actief en minder geïnteresseerd in spelen, interactie, springen, de trap op en af lopen, gebruik van het kattenluik etc.

Vertoont de kat braken?

  • Hoe vaak, op nuchtere maag of op voer, etc.?
  • Braken komt vaak voor bij een overactieve schildklier, nierproblemen, chronische darmproblemen

Vertoont de kat diarree?

  • Hoe vaak, hoe ziet ontlasting er uit, is er persdrang/pijn bij het poepen?
  • Diarree komt vaak voor bij een overactieve schildklier en chronische darmproblemen

Is de kat meer gaan plassen?

  • Dit zien we vaak bij een overactieve schildklier, chronisch nierfalen, suikerziekte

Is de vachtconditie veranderd?

  • Dit is een niet-specifiek verschijnsel, maar we zien het vaak bij bovengenoemde aandoeningen
  • De vacht is vaak doffer en niet mooi aaneensluitend.

Nadat we op basis van bovenstaande vragen al een idee gevormd hebben wat er zou kunnen spelen, kunnen we dit gerichter gaan onderzoeken.
Hiervoor doen we als eerste een algemeen lichamelijk onderzoek, waarbij de nadruk ligt op de volgende zaken:

- Inspectie van de mondholte / gebit
- Bekijken van de ogen
- Kijken of de schildklier voelbaar is
- Beluisteren van hart en longen
- Bevoelen van de buik (darmen, nieren, blaas, lever)

Daarna kan er gericht nader onderzoek uitgevoerd worden:

Bloedonderzoek
• Nier- en leverfunctie
• Bloedsuiker
• Bloedeiwitten
• Rode en witte bloedcellen
• Schildklierfunctie
• Elektrolyten (m.n. natrium en kalium)

Urineonderzoek
• Mate van concentratie
• Aanwezigheid van bloed, eiwit, suiker, galkleurstof
• Indien nodig een bacteriële kweek

Bloeddrukbepaling
• Bij veel oudere katten komt een verhoogde bloeddruk voor (= hypertensie). Dit kan een gevolg zijn van een overactieve schildklier, nier- of hartproblemen, maar het kan ook op zichzelf staan

Evt. aanvullende onderzoeken op indicatie
• Ontlastingsonderzoek (met name op parasieten)
• Galzuurbepaling (weergave van de leverfunctie)
• Röntgenfoto of echo
• Endoscopie van het maag-darmkanaal in combinatie met biopten (bij een internist)

In de meeste gevallen is er bij ons in de praktijk op deze manier een goede diagnose te stellen. Soms lukt dit echter niet direct; het kan dan zinvol zijn om het een en ander op een later moment te herhalen of te besluiten de patiënt door te verwijzen naar een internist voor specialistische zorg.

Mocht u eigenaar zijn van een oudere kat, en na het lezen van dit artikel denken dat uw kat voldoet aan bovenvermeld beeld, dan bent u altijd welkom om een afspraak te maken op ons spreekuur.